Een ontspoord lid bouwt de KJ 66 een modelbouwturbine

Als je zoals ik erg geïnteresseerd bent in de mechanische techniek dan is er zoveel wat je zou willen maken en of namaken.

Het Internet maakt het er dan ook niet makkelijker op. Er valt zo veel te ontdekken en te bekijken .

Via een technische boekensite viel mijn oog op een Duits boek met de volledige bouwbeschrijving van een modelturbine de KJ 66.

De KJ 66 is een kleine straalturbine welke is ontwikkeld door Kurt Schreckling een ing. die al zijn leven lang bezig met het ontwikkelen van modelturbines.

Zijn turbine de KJ66 heeft model gestaan voor diverse fabriekanten die een aantal typen motoren levert aan de consument.

Toen ik op het Internet naar gegevens en informatie zocht blijkt dat er een behoorlijk aantal mensen zowel in Nederland als in het buitenland bezig zijn met deze zelfbouwturbines.

Tevens zijn er een aantal leveranciers die alle onderdelen welke je niet zou kunnen of willen maken kunnen leveren.

Er is dan ook zeer veel over te vinden zoals tekeningen, foto’s, filmpjes en forums.

Er zijn dan ook veel mensen die kunnen helpen, altijd wel iemand in de buurt.

 

De turbine bestaat uit een aantal specifieke onderdelen:

  • De as met compressorwiel en turbinewiel.
  • De branderkamer met 6 gloeipijpjes en ontstekingsbougie.
  • De brandstofleiding en gastoevoerleiding.
  • De lagertunnel met keramische lagers en veerdrukbus.
  • De diffuser met luchtinlaatkelk.
  • De NGV met lagersteunpunt.
  • De uitlaatconus.

 

Om het geheel samen te kunnen stellen moesten er een aantal persmallen worden gemaakt voor het persen van de branderkamer-onderdelen,

delen van de uitlaatconus en buitenmantel.

Een paar onderdelen heb ik gekocht om een goede betrouwbare werking te kunnen garanderen t.w.;

De inconel turbinerotor deze komt uit Zwitserland en wordt geleverd met keuringscertificaat en röntgenrapport.

tevens is hij dan uitgebalanceerd.

(Inconel is een nikkellegering welke zich zeer lastig laat bewerken en wordt door zijn specifieke eigenschappen veel toegepast in de formule 1 autosport en ruimtevaart)

De keramische lagers nodig voor een zeer hoog toerental en hoge bedrijfstemperatuur uit Duitsland.

De compressor voor de aanvoer van de benodigde lucht te koop bij een goede turbo leverancier (Amersfoort).

 

De rest van de onderdelen zijn gemaakt van aluminium en rvs met uitzondering van de as deze heb ik gedraaid uit een stuk draadstang M20 sterkte 12.8

De gehele uitvoering moest bijzonder nauwkeurig worden gebouwd om een zo goed mogelijk lopende en veilige turbine te kunnen hebben.

Voor het samenstellen van de branderkamer moest ik een puntlasapparaat hebben, maar ja waar je die vandaan.

Via het Internet vond ik een site waarin werd uitgelegd hoe je die zelf kon maken dus zo gezegd zo gedaan e.e.a. elders op deze site.

De branderkamer en NGV met bijbehorende statorbladen zijn alle gemaakt uit 0,5mm dikke rvs plaat.

Verder is de branderkamer voorzien van een messing brandstofleiding met hardgesoldeerde injectie-sproeiernaalden en een opstart-gas injectieleiding.

De olie-toevoerleiding naar de beide lagers, een compresiekamer-drukmeetpunt en uitlaat-temperatuurmeetpunt op de uitlaatconus. 

 

De turbine draait op kachelbrandstof petroleum, Jet A1 kerosine of diesel met een verbruik van ca. 400ml per minuut.

Aan deze brandstoffen wordt ongeveer 5% turbineolie of 2 taktolie toegevoegd.

Om het geheel te kunnen laten draaien zijn er een paar hulpmiddelen nodig te weten:

Een flesje propaan of butaangas voor het opstarten.

Een brandstof-bestendige tandwielpomp met bijbehorende accu.

Een luchtspuit voor het opstarten of een elektro-starter.

Een temperatuurmeter met een bereik tot ongeveer 1200 graden celsius.

Een drukmeter met een bereik tot ongeveer 2 bar.

En natuurlijk een branstoftank met de benodigde neopreen-slangen, afsluiters en slangeklemmen.

 

De turbine draaid minimaal 33.000 en maximaal 118.000 toeren per minuut.

De stuwdruk ligt dan rond de 8 kg.

De kamerdruk is dan zo’n 2,15 bar.

De uitlaat-stroomsnelheid ligt dan op ca, 1100-1450 km/uur.

De uitlaat-temperatuur is dan gemiddeld 580 graden.

Het verbruik van de smeerolie wordt afgesteld op zo’n 10ml per minuut.

De ondehoudsinterval ligt na gelang het gebruik op zo’n 50 bedrijfs-draaiuren.

Al met al is het een project waar je wel even mee bezig bent en als je dan het apparaat voor de eerste keer gaat opstarten

dan krijg je het wel even benauwd.

Maar uiteindelijk heb je dan ook wel iets aparts.

De motoren worden voornamelijk gebruikt voor modelvliegtuigen, deze halen wel snelheden tot zo’n 400 km/uur.

Maar op het internet zijn hele gekke toepassingen te zien.

Ik zelf blijf hem gebruiken op de proefstand voor demonstraties en ben al weer bezig met een verbeterde versie.